







Anorexia
Cynthia komt voor haar eetprobleem. Ze heeft anorexia gehad, maar het gaat al beter. Ze heeft haar eten onder controle, al eet ze nog steeds weinig en is ze er de hele dag in haar hoofd mee bezig. De doelstelling voor de eerste sessie is: ze wil zich zekerder voelen, ze wil dat ze er van zichzelf mag zijn. De onzekerheid voelt Cynthia in haar buik, rond haar navel. Daarnaast zit het in haar hoofd. Het is een gedachte, die alle ruimte in haar hoofd in beslag neemt.
Ik vraag Cynthia zich voor te stellen dat ze naar een plek gaat waar ze zich goed voelt. Ze kiest haar huiskamer. Daar nodigen we ‘de eigenaar van de gedachte’ uit. Cynthia ziet in haar innerlijke voorstellingswereld haar moeder haar huiskamer binnenkomen. De gedachten van haar moeder blijken in haar hoofd te zijn gekomen, toen ze als vierjarig meisje in de speeltuin speelde. Ze raakte er een mooi prinsessenpopje kwijt en haar moeder was boos op haar. Vanaf toen begon Cynthia haar afwegingen zo te maken, dat ze haar moeder niet teleur zou stellen. Na de band tussen Cynthia en haar moeder nader te hebben onderzocht, kunnen we haar moeder haar gedachten teruggeven. Haar moeder neemt ze aan en blijft ermee in haar handen staan. Het voelt alsof ze toch niet van haar zijn. We vragen de allereerste eigenaar van de gedachten binnen. Op die uitnodiging komt de oma van Cynthia binnen: de moeder van haar moeder. Er is veel liefde en zorg tussen de drie vrouwen. Er stromen tranen over de wangen van Cynthia. Ze heeft haar oma niet meer gezien sinds ze een klein meisje was. De oma neemt de gedachten aan en plaatst ze boven haar hoofd, waarna ze in haar hoofd glijden. Dat voelt voor alle drie de vrouwen rustig. Daar horen de gedachten thuis. We nemen voor dit moment afscheid van de moeder en de oma van Cynthia en Cynthia keert met haar bewustzijn terug naar het hier en nu.
De tweede keer dat Cynthia komt is ze vooral moe. Van het harde studeren. Ze zit voor een tentamenperiode voor de universiteit en vindt dat ze te laat is begonnen met studeren. Ze wil naar haar faalangst kijken. We doen een kettingassociatie: wat is het allerergste als ze haar tentamens niet haalt? Dan is het ergste dat ze bij haar vriendinnen achterblijft. Het ergste daarvan is dat ze dom lijkt. Het ergste daarvan is dat ze dan blijkbaar niet op de universiteit thuishoort. Het ergste daarvan is dat ze dan naar het HBO moet en het ergste daarvan is dat ze dan als een nert gezien kan worden omdat ze zo hard werkt. Het ergste daarvan is dat … ja, ze heeft dat wel eens eerder meegemaakt, op de middelbare school. Toen praatten de andere kinderen over haar en dat maakte haar heel onzeker. We stuiten dus weer op de onzekerheid.
We besluiten het onzekere meisje in de huiskamer van Cynthia uit te nodigen. Het meisje, 13 jaar oud, komt binnen en is niet blij met zichzelf. Ze is onzeker over haar uiterlijk. Ze vindt zichzelf niet mooi. Het meest opvallend van haar verschijning is dat haar hoofd wazig blijft. Het meisje heeft geen contact meer met haar hoofd. Cynthia wil graag dat ze haar hoofd weer heeft, want dan had het meisje andere beslissingen in het leven genomen. Nu was ze de verkeerde kant opgegaan, door de verkeerde vrienden te kiezen. We gaan op zoek naar het meisje mèt het hoofd. We gaan naar het moment waarop het meisje zonder hoofd het contact met het meisje met het hoofd is kwijtgeraakt. Cynthia ziet zichzelf als dertien jarig meisje met haar moeder in de auto zitten. Ze bespreekt met haar moeder haar voornemen om op haar figuur te gaan letten: ze wil afvallen door gezond te gaan eten en niet meer te snoepen. Haar moeder vindt het goed. Cynthia realiseert zich dat ze vanaf dat moment elke herinnering kwijt is, aan hoe haar onschuldig lijkende lijnpoging is overgegaan in anorexia. En wel in zo’n mate, dat ze haar eetgedrag niet meer in de hand had.
We keren terug naar de huiskamer en vragen het meisje binnen dat zich nog wel herinnert hoe de anorexia is ontstaan. Een meisje met hoofd komt binnen. De twee innerlijke kinderen in Cynthia reageren goed op elkaar: ze kunnen wat van elkaar leren en elkaar steunen. Het meisje met het hoofd en met de anorexia, kan het meisje zonder hoofd erin steunen om zich niet door anderen te laten beïnvloeden en verkeerde keuzes te maken, alleen maar om er bij te horen; het meisje zonder hoofd kan het meisje met het hoofd en met de anorexia leren om goed te eten. Het lijkt alsof de twee meisjes kunnen integreren: met elkaar versmelten tot één. Het meisje zonder hoofd stapt in het meisje met het hoofd maar er blijkt nog iets te moeten gebeuren. Het meisje zonder hoofd stapt er weer uit. Cynthia weet: het gezonde meisje, waarbij alles nog goed was, die moet er nog bij.
Als dat meisje binnen is zijn ze blij elkaar te zien, maar de twee afgesplitste meisjes vinden het daarnaast ook moeilijk. Ze vinden het vooral moeilijk om te zien hoe ze zichzelf verwaarloosd hebben. Het meisje met wie alles nog goed was schrikt van de twee. Ze vraagt zich af hoe het kan dat het ondanks de bescherming van thuis, toch zo verkeerd met haar kon gaan. Als ik vraag of ze er aan toe zijn te integreren zeggen ze alle drie: ‘nee’. Wat moet er nog gebeuren? Cynthia weet het niet, de drie ook niet. Ik geef de suggestie: is het nodig om terug te gaan naar het moment waarop de twee zich afsplitsten van degene met wie het goed gaat? Dat lijkt Cynthia een goed idee en we gaan terug naar dat moment.
Cynthia zit als 13 jarig meisje in een boomhut, met een vriendinnetje. Ze hebben veel snoep en ze eten het allemaal op. De volgende dag maken ze een foto en Cynthia zit op die foto niet helemaal met een rechte rug en haar buik hangt een beetje over haar broekrand. Haar vriendinnen lachen erom. Dat zet zich vast in Cynthia’s hoofd. Daar begint ze met afvallen. Cynthia voelt zich opgelucht: ze realiseert zich dat ze terug kan naar dit gevoel dat ’t allemaal niet uitmaakte hoe ze eruit zag, dat ze blij was met wie ze was. Nu zijn de drie toe aan integratie. De twee afgesplitste delen stappen in het gezonde meisje. Ze voelt zich sterk. Maar nog niet helemaal blij met wie ze is. Cynthia vermoedt dat er tijd nodig is, dat ze er aan moet wennen om heel te zijn. Ik suggereer dat het misschien nodig is dat het meisje in de volwassen Cynthia stapt: want dan is Cynthia pas ècht weer helemaal heel. Dat lijkt Cynthia een goed idee en het meisje stapt in Cynthia.
Aan het begin van de sessie voelde Cynthia angst in haar buik, boosheid in haar hoofd (ze was boos op zichzelf als ze iets niet helemaal goed deed). Deze gevoelens zijn nu helemaal weg. Ze voelt zich lekker. En wat nonchalant. Een nieuw gevoel, ze was altijd zo bezig met haar best te doen. Ze staat ook open voor een testje: hoe is het als ze zich nu voorstelt dat ze naar het HBO gaat en de anderen haar een nert noemen? Ze wordt er niet meer warm of koud van. Ze verwacht nu trouwens dat als ze gewoon haar werk doet, ze best op de universiteit kan blijven. Ze voelt geen faalangst meer.