





Een schreeuw om hulp
Wendela wil weten wat er gebeurd is, wat haar heeft geleerd haar mond dicht te houden. Ze heeft altijd de wil van anderen gevolgd, ze wil weten wat ze zèlf wil. Als we de ladingen van haar probleem verzamelen, ervaart ze in haar lichaam een soort van bochel op haar rug. Als we in haar voorstellingswereld gaan naar de allereerste keer dat deze bochel bij haar kwam, ervaart ze dat ze loopt, met een kind op haar rug. Ze is een vrouw van ongeveer 16 of 17 jaar oud. Ze draagt een bruinige rok van ruwe stof en is heel arm. Het is dag. Ze voelt zich alleen. Ze loopt door de modder met het kind op haar rug. Het is een jongetje van een jaar of vier. Het is niet haar kind, maar wel haar verantwoordelijkheid. Het voelt alsof ze op de vlucht is.
Wanneer we in de sessie naar het moment gaan dat het nog goed was, zit ze op de grond van een huisje en speelt. Ze speelt met 4 of 5 broertjes en zusjes. Er hangt een prettige sfeer in huis. We gaan naar een moment dat er iets verandert. Ze vertelt dat het dorpje waar het huisje staat verwoest wordt en het huis zakt in. Zij is met haar broertje niet thuis, ze ziet de ramp vanaf een afstand gebeuren. Ze bevindt zich op een verhoging in het landschap, er komt water, dat met een verwoestende kracht een einde aan haar vertrouwde leven maakt. Haar vader, moeder, broertjes en zusjes verdrinken, net als de anderen van het dorp. Zij blijft achter met haar broertje. Ze voelt zich bang, verantwoordelijk en eenzaam.
Het broertje is lastig, hij is te klein om te begrijpen wat er gebeurt of hij wil het niet begrijpen. Samen beginnen ze aan een lange wandeling. Als ze aan de andere kant van de berg komen, wordt de weg versperd door een watermassa die ze over moet steken om in veiligheid te komen. Ze neemt haar broertje op de rug en begint aan de overtocht.
Aan de overtocht komt geen eind. Ze waadt door het water en ze waadt en waadt … Ze is tot op heden door het water aan het waden. Als ik Wendela vraag de situatie van bovenaf te aanschouwen, ziet Wendela dat de jonge vrouw, samen met het jongetje, verdrinkt. Dat ze dood is, is nog niet tot het bewustzijn van de jonge vrouw doorgedrongen.
We gaan naar een bestaande ruimte uit het leven van Wendela, een ruimte waar ze zich goed voelt. Ze kiest haar woonkamer. We vragen de verdronken vrouw binnen. Als Wendela het meisje (het blijkt toch meer een kind dat een vrouw) de situatie heeft uitgelegd, is het verdrietig. Ze schaamt zich bovendien, omdat ze haar broertje niet heeft kunnen redden. Hij was haar verantwoordelijkheid! Tot op heden heeft ze het kind op haar rug gedragen. Ze blijkt bang te zijn voor straf. We werken de situatie door, waarbij we óók het broertje binnenvragen. Hij is héél blij om haar te zien. Hij was zó verdrietig dat hij haar was kwijtgeraakt! Hij maakt haar geen verwijten. Ze nemen afscheid en hij vervolgt zijn weg.
We zoeken uit of het meisje een vorig leven van Wendela zelf betreft, of dat het om een overledene gaat die bij haar is aangehaakt. Het laatste blijkt het geval.
Wanneer we naar het moment gaan dat het meisje bij Wendela is aangehaakt, is Wendela in haar belevingswereld weer terug bij het moment van de bevalling van haar zoon. Het is een verschrikkelijk zware bevalling die meerdere dagen duurt, en die eindigt in een keizersnede. Wendela wordt overmand door hopeloosheid: waarom helpt niemand me? De dag na de geboorte is ze alleen en in verwarring en ze lijdt hevige pijn. In deze situatie komt het meisje bij haar. Het meisje herkent de eenzaamheid en de verwarring en is gaarne bereid om Wendela te helpen. Daardoor voelt ze zichzelf niet meer incapabel, eenzaam en verward. Ze heeft weer een doel. Maar ze is dood. En nu Wendela en het meisje dat beiden weten, is het tijd om afscheid te nemen. Wendela, die helemaal niet religieus is, ziet een prachtige engel verschijnen die de therapieruimte vult met zijn licht, en zijn vleugels om het meisje heen slaat en haar meeneemt. We werken nog verder, ook met haar zoon die op zo’n moeizame wijze geboren is. Als we alle ladingen hebben doorgewerkt is het tijd voor de catharsis: het gevoel van opluchting en bevrijding dat de pijn en verwarring voorbij zijn. Als Wendela uit de trance van de sessie weer in haar gewone bewustzijn komt, kijkt ze opgelucht en blij. Een antwoord op de vraag waarmee ze kwam heeft ze niet echt, maar wat ze wel gevonden heeft, is haar op dit moment genoeg.
Wanneer ik later feedback van Wendela op de sessie krijg, vertelt ze dat ze merkt dat ze meer geniet van het leven, er gemakkelijker instaat en meer tijd neemt voor de dingen die ze leuk vindt en zich niet steeds laat leiden door anderen. Bovendien heeft ze in haar huidige leven ook een concrete ‘last’ van haar schouders laten vallen: ze heeft een contact met iemand verbroken waarvoor ze zich verantwoordelijk voelde, terwijl ze dat niet was. Tenslotte laat ze weten dat de engel grote indruk op haar heeft gemaakt. Ze voelt dat hij er vaak is, bij haar in de buurt. ‘Een heel nieuwe ervaring, erg prettig.’