









Een keuze voor deze ouders
Een vrouw komt bij me omdat ze geen levensvreugde ervaart. Er speelt nog meer, waar we hierna nog een sessie zullen wijden, maar in deze eerste sessie beperken we ons tot dit probleem. Wendela is 48 jaar en heeft een goede baan als advocate. Ze doet haar werk met plezier, maar in haar privéleven vindt ze geen vreugde. Wendela is er duidelijk over wat ze met de sessie wil bereiken: ze wil haar levensvreugde terug. Dit is wat we noemen ons contract. Mochten er zich in de sessie keuzemomenten voordoen, dan bepaalt dit contract de richting waarin we de sessie vervolgen. Zelf relateert ze haar probleem aan haar streven als kind zich aan te passen aan de wensen van haar vader. Door lief en rustig te zijn houdt ze hem te vriend, maar raakt ze haar enthousiasme kwijt. Ook associeert ze het met haar driejarige leeftijd. Ze heeft geen herinneringen aan die tijd, maar door een foto waarop ze staat afgebeeld vraagt ze zich af of er toen iets gebeurd is waardoor ze geknakt is.
We beginnen de sessie door op een plek waar Wendela zich goed voelt, het driejarige kind dat ze was uit te nodigen. In haar voorstellingsvermogen ziet Wendela het driejarige kindje in haar huiskamer spelen. Een klein elfje met blonde krullen dat zich niets aantrekt van de aanwezigheid van de volwassen Wendela.
Terwijl we kennismaken met dit kindje in de innerlijke wereld van Wendela, wordt er in de echte wereld tegen het raam gekrabbeld door een kinderhandje. Als dit wat te lang gaat duren loop ik in overleg met Wendela de praktijkruimte uit en loop naar buiten. Voor het raam van de praktijkruimte staat een bankje. Er is een moeder op gaan zitten met een kind. Ik schat dat het een jaar of 3 oud is. Het heeft blonde krullen. Ik leg de moeder uit dat we aan de andere kant van het glas een sessie aan het houden zijn en dat het gekrabbel op het raam wat storend is. De moeder betuigt haar spijt, terwijl ik aangeef dat het helemaal niet erg is. Zij wist immers niet dat er binnen werd gewerkt? De moeder en het kind staan op en vervolgen hun weg.
Als we ‘de oorzaak van het verlies van de levensvreugde’ binnen vragen, komt de vader van Wendela binnen. Hij is groter dan normaal, onrustig en hij is op zoek naar het driejarige kind. Omdat hij niet begrijpt wat er aan de hand is, legt Wendela haar vader de situatie uit. Dat gebeurt in de stilte van haar binnenwereld. Hij vindt het onzin dat hij iets met het verlies van haar levensvreugde te maken heeft. Op haar vraag waarom hij dan binnenkomt als ‘de oorzaak van het verlies van de levensvreugde’, zegt hij dat hij het kind tot de orde komt roepen. Hij wil dat het hem gehoorzaamt. Ze moet mee naar zíjn wereld, weg uit deze vreemde onbekende wereld. We gaan gedrieën met hem mee: Wendela en haar innerlijke kind in haar voorstellingsvermogen en ik kijk van buitenaf via Wendela met de voorstelling mee.
De vader neemt Wendela en haar innerlijke kindje mee naar zijn huis. Als hij er met het kind naar binnen wil gaan, wil hij dat Wendela buiten blijft. Hij wil haar van haar innerlijke kind scheiden. Wat wil hij met het kind? ‘Gewoon wat drinken’. De volwassen Wendela vertrouwt hem voor geen cent en gaat mee naar binnen. Daar ontvouwt zich de traumatische situatie: het kind heeft zitten spelen, maar maakte teveel lawaai. Ze gooide speelgoed door de kamer en de vader wil haar daarvoor straffen. Moeder is niet in de buurt, die is de was aan het ophangen in de tuin.
Nu is de volwassen Wendela er om het voor haar innerlijke kind op te nemen. Ze beschermt het kind met haar lichaam. Ze slaat haar armen om het kind heen en richt zich tot haar vader: kun je wel met je grote lijf tegen dit kleine kind? Nu heeft hij met de volwassen Wendela te maken en dat gaat hem minder makkelijk af dan met het kleine kind. Wendela gaat op het niveau van een volwassene een gesprek met haar vader aan. De vader dient haar van repliek. Het komt erop neer dat niets zijn onberispelijke leventje mag verstoren. Maar Wendela laat het er niet bij zitten. Ze redeneert met hem in zijn taal en wijst hem erop wat hij met zijn strenge starre houding het kind aandoet. Dit wordt hem te ingewikkeld en hij geeft de moeder de schuld van de problemen. Dit is een goede gelegenheid om de moeder erbij te vragen. Als ze binnenkomt en aangeeft dat ze ’t ook wel lastig vindt dat het kind haar speelgoed door de kamer gooit, maar dat dat toch geen reden is om zo tekeer te gaan, wordt hij boos op haar. Maar anders dan anders heeft de vader met zoveel volwassen vrouwen om zich heen geen weerwoord meer. Hij verliest zijn autoriteit en wordt zwak. De moeder kijkt op haar echtgenoot neer. Omdat hij boos is op het kind én omdat hij haar de schuld van de problemen geeft. De vader loopt de kamer uit en gaat naar beneden – zitten mokken.
Ondertussen ervaart Wendela in de therapiekamer een grote spanning in haar armen en benen. We gaan naar de allereerste keer dat Wendela deze spanning op deze manier ervoer. Ze ligt in haar wiegje. Het is overdag. Ze wil hier niet zijn. Ze hoort hier niet thuis. Ze is een paar weken oud. ‘Ze willen me niet’, ervaart het kind. Ze ligt gestrekt en gespannen in haar wiegje. De kamer is leeg. Het is alsof ze wacht. En alsof er niemand komt. Ze wacht al heel lang. Dan komt de moeder binnen. Die pakt haar op. Welk gevoel geeft de moeder haar? Weinig. Het is wel goed, maar niet uitbundig.
Als we gaan naar het moment vlak voordat het stijve gevoel in Wendela kwam, zit ze in haar moeders buik. Ze ervaart dat haar moeder niet gelukkig is. Haar moeder is een emotionele vrouw, maar van haar man mogen de emoties niet. Ze onderdrukt ze met pillen tegen ‘hysterie’. De stijfheid van haar moeder komt in Wendela binnen als ze zich tegen de geboorte verzet: ze wil de zwaarte van haar moeder niet. Ze komt om haar moeder op te vrolijken, maar ze realiseert zich: het is onbegonnen werk. Toch weet Wendela dat haar geboorte vliegensvlug verliep. Ze realiseert zich: er was een deel in haar dat snel geboren werd, dat naar haar moeder wou om haar te helpen, en er was een deel in haar dat zich verzette, dat niet bij deze vader geboren wilde worden. Wanneer we teruggaan naar het moment vlak voor de splitsing, dan komen we bij de verwekking uit. Ze wilde wel haar moeder, niet haar vader.
Ik stel Wendela de vraag wat ze nodig heeft om deze incarnatie aan te kunnen Ze realiseert zich dat ze het afgesplitste gedeelte nodig heeft, het gedeelte dan niet geboren wilde worden. Als we dieper op de geboorte ingaan, bemerkt Wendela dat de helft van haar die wel geboren wordt, zich enorm verraden voelt door het deel dat achterblijft. De achtergeblevene begrijpt dat wel. Die heeft haar laten zitten. Maar dan draait het beeld zich om. Degene die geboren wordt laat de ander in de steek! Beide helften (Wendela beschrijft het als de twee helften van een noot) hebben elkaar nodig. Anders kan ze deze incarnatie niet aan. De twee delen van Wendela houden elkaar vast maar worden nog niet één. Pas als ze zich realiseren dat ze sámen voor de moeder én de vader kiezen, voelen ze als één. De spanning in Wendela’s lichaam wordt minder, maar is nog niet weg.
De geboorte verloopt voorspoedig. Wat is het leuk om er te zijn! De ouders zijn ook blij. Ze is het tweede kind, de middelste van drie. Het zinnetje ‘wat ben ik begonnen’ sluimert nog. De spanning uit de armen is weg, maar in de benen zit die er nog. Wendela realiseert zich waar het zware gevoel in haar benen vandaan komt: die begint als ze gaat lopen. Op zich geeft haar dat vrijheid, maar die wordt beperkt omdat ze lastiger wordt waardoor er door haar ouders harder opgetreden wordt. Met een schok ziet Wendela de oorzaak van de verergering van de beperkingen van haar vrijheid: haar broertje wordt geboren. Ze is drieëneenhalf jaar oud. Toen mocht ze helemaal niet meer lastig zijn. Als ze zich dit realiseert zijn alle spanningen uit haar lichaam verdwenen.
Ze ligt als kindje in de wieg. Ze voelt zich niet meer stijf. Ze kijkt om zich heen. De kamer is niet meer leeg. Ze voelt zich niet meer alleen. Ze ligt niet meer te wachten. Ze voelt zich niet meer ongewenst. Ze is tevreden. Maar de wetenschap ‘het is onbegonnen werk’ hangt nog als een zwaard van Damocles boven haar hoofd. Haar levensvreugde heeft ze nog niet terug. Er is nog een sessie nodig voordat het zover is. Die sessie staat beschreven onder de link Een schreeuw om hulp.